Ontdek de Caprivistrook in Namibië: van Rundu tot Divundu langs de Okavango

De Caprivistrook in het uiterste noordoosten van Namibië is een compleet andere wereld dan de rest van het land. Waar Namibië bekendstaat om zijn droge woestijnen en eindeloze vlaktes, vind je hier een groene, waterrijke regio vol wildlife, dorpsleven en rivieren. Onze reis door dit bijzondere gebied begon in Rundu, aan de oevers van de machtige Okavango-rivier.

Rundu: leven langs de Okavango-rivier

We verbleven in de Kaisosi River Lodge, een leuke low-budget lodge met een restaurant direct aan de Okavango. Deze rivier ontspringt in de hooglanden van Angola, waar hij nog de Cubango heet, en stroomt vervolgens zuidwaarts langs de grens tussen Angola en Namibië. Uiteindelijk stroomt hij zuidwaarts de mooie Okavango Delta binnen in Botswana — een gigantisch moerasgebied dat niet in zee uitmondt, maar simpelweg verdampt in de Kalahari. De rivier verdwijnt uiteindelijk in het zand. Alles over de Okavango Delta kan je lezen in onze andere blog.

Vanaf het terras van de lodge kijk je uit op Angola, dat letterlijk aan de overkant ligt. Je ziet mensen hun was doen in de rivier, kinderen die spelen in het water en vissers die in traditionele mokoro‑kano’s voorbij glijden. Ik kon het dan ook niet later om met mijn telelens wat kiekjes te maken. Het gebied kent meer armoede dan de westkant van Namibië, maar dit is meer Afrika in zijn puurste vorm: levendig, warm en authentiek.

Tips voor Rundu

  • Maak een sundowner‑cruise over de Okavango, dit kan bij Rundu en Divundu, maar bij Divundu waren meer nijlpaarden.
  • Bezoek het Mbunza Living Museum in Rundu voor een inkijkje in het traditionele dorpsleven.
  • Genieten van het uitzicht vanaf de lodge tijdens zonsondergang.
  • Ga vroeg op pad voor het mooiste licht en wildlife‑activiteit.

Van Rundu naar Divundu: de Caprivistrook in

Na Rundu reden we verder oostwaarts de Caprivistrook in. De weg is goed, maar je moet alert blijven: koeien, ezels en geiten steken hier regelmatig over. Onderweg zie je kleine dorpen met ronde houten hutten. Er wandelen ook veel mensen langs de weg, wij zagen vooral veel schoolgaande kinderen in uniform. Het landschap is een stuk groener dan de rest van Namibië.

Onze volgende stop was Divundu, waar we verbleven in de charmante Nunda River Lodge. De houten cabins liggen verscholen tussen de bomen, met uitzicht op de rivier. Het voelt knus, warm en een tikje avontuurlijk — precies zoals je het in de Caprivi wilt hebben.

Boottocht bij Divundu: nijlpaarden en de Popa Falls

Aan het eind van de middag maakten we een boottocht over de rivier. De zon zakte langzaam, het licht werd zacht en warm, en we voeren over de kalme rivier met een platbodemboot. Aan de oevers is de plaatselijke bevolking bezig met de was of vissen. We zien een hoop vogelsoorten, waaronder de King Fisher en de bijeneter. Op de waterkant zie je Nijlkrokodillen liggen tussen het riet. Een enkeling zwemt in de rivier op zoek naar een prooi. Maar waar Divundu vooral bekend om is, zijn de vele groepjes nijlpaarden die overal liggen te baden. Soms zie je alleen twee oren en een paar ogen boven het water uitsteken, maar zodra je dichterbij komt, hoor je dat diepe, gromgeluid geluid dat zo typisch is voor deze dieren. Ze waarschuwen je dan, dat je te dichtbij komt en gooien hun bek open.

Nijlpaarden lijken misschien schattig, maar ze kunnen gevaarlijk zijn — vooral als je tussen hen en het water terechtkomt. Dan worden ze grumpy, en dat wil je niet meemaken. Gelukkig zaten wij veilig in de boot en konden we genieten van hun aanwezigheid.

We stopten bij de Popa Falls, die eigenlijk meer stroomversnellingen zijn dan echte watervallen. Toch is het een prachtige plek om even uit te stappen. We kregen een hapje en drankje, zaten op een bankje en keken naar de kleine watervalletjes. Daarna voeren we terug naar de lodge, waar we een heerlijk diner kregen op het terras met uitzicht op de rivier.

Nachtelijke bezoekers

’s Nachts hoorden we het gegrom en gesnuif voor onze cabin. Nijlpaarden! Ze lagen gewoon aan de waterkant, vlak voor ons huisje. Het was grappig, een beetje spannend en vooral heel bijzonder. In de Caprivistrook leer je al snel: nijlpaarden zijn overal.

Malaria in de Caprivistrook: goed voorbereid op reis

De Caprivistrook is één van de weinige gebieden in Namibië waar malaria voorkomt in een hoge concentratie. Op de kaart staat dit gebied paars aangegeven. Het is dus belangrijk om voorzorgsmaatregelen te nemen. Voor de overige gebieden geldt code geel en oranje.

Onze tips:

  • Begin met malariapillen de avond voor aankomst.
  • Neem de pil na het eten, het liefst na iets vettigs eten.
  • Draag lichte, luchtige kleding.
  • Spray jezelf vóór de namiddag in met DEET (wij kopen die altijd bij het Kruidvat).

Het klinkt misschien als gedoe, maar het went snel en het geeft rust om te weten dat je goed beschermd bent.

Tips voor Divundu

  • Maak een boottocht bij zonsondergang voor nijlpaarden en vogels, ik heb deze van tevoren geboekt bij onze lodge.
  • Bezoek de Popa Falls voor een korte stop of bezoek deze met de boottochten van de lodges.
  • Ga op safari in het Mahango Game Reserve (hier kom je ook langs als je Botswana binnenrijdt naar Maun).
  • Geniet van de uitzichten over de rivier.
  • Loop ’s nachts nooit naar de waterkant vanwege wildlife.

Hoe rijdt naar Rundu ?

Wij kwamen vanaf de oostkant van Etosha en zijn over de snelweg via Grootfontein naar Rundu gereden. Het was een prima asfaltweg, waarbij je de omgeving ziet veranderen. Het nog rijkere Grootfontein met betonnen woningen maakt dan ineens plaats voor kleine houten hutjes. Als we een dorp binnenrijden om even te tanken valt mijn oog op twee dames van de bushmen stam, die gekleed zijn, in alleen een rokje, behangen met sieraden en daar op de markt boodschappen doen. Ook langs de weg lopen er steeds meer mensen en loslopend vee. Het is duidelijk minder toeristisch, omdat ze naar ons staan te kijken als we langs komen rijden. Je kan er traditionele dorpjes bezoeken zoals Mururani, Mpungu en Ncaute, maar wij slaan deze over gezien de afstand die we willen halen en we ook een beetje moeten wennen aan de “andere omgeving”.